Hoe het ritme uit de buikdans verdween

Ik ben behoorlijk “streng” opgevoed door mijn vroegere buikdansjuf. We leerden vele
ritmes, hoe er op te dansen, en we leerden wat je er het beste wel en het beste niet op kon
doen. Dit omdat ieder ritme een ander karakter heeft wat zich ook in beweging laat vertalen.
Zo leerden we dat een ayoub staat voor snelheid, draaien, ronde bewegingen, natuurlijke
zijwaartse bewegingen met het bovenlichaam, dat het een trance-matig karakter heeft en
dat bijvoorbeeld camels en twisten er mooi op uitkomen maar een hipdrop met een schopje
(veel) minder. De masmoudi kabir stond bijvoorbeeld voor stevige, geaarde en statige
bewegingen in de ruimte of op de plaats. Ook leerden wij taqasim herkennen waarin niet het
ritme maar juist de melodie om expressie vroeg. Wat meestal uitmondde in het in de dans
weergeven van de melodie in ronde, zachte, lyrische bewegingen. De “beperkingen”
dienden uiteindelijk een hoger doel: we werden opgevoed in het zo natuurlijk mogelijk
dansen en het zo goed mogelijk weergeven van de muziek. De muziek dus als het ware met
je lichaam leren vertalen op jouw eigen manier binnen enkele gestelde kaders. Uiteindelijk
zorgden die kaders voor zoveel veiligheid dat je erbinnen eindeloos leerde en durfde te
improviseren. Soms leerden we ook hoe in een ritmisch stuk muziek toch de melodielijn te
volgen wat weer heel veel nieuwe mogelijkheden gaf. Dus zo streng was het uiteindelijk
helemaal niet. En ik ben nog altijd blij dat ik het zó geleerd heb.

Het op een natuurlijke wijze weergeven van het karakter van de muziek heeft behalve met
luisteren ook met voelen te maken. Als je je hoofd leeg maakt, je ratio uitschakelt en je
gevoel durft in te schakelen, voel je als het ware wat je lichaam wil gaan doen op dat ritme
en als je dit vaak genoeg gedaan hebt dan komen de variaties vanzelf. Het is dan alsof je
vanzelf gedanst wórdt. Dit lukt het beste als je een goed contact hebt met je lichaam. Dans
wordt op deze manier een hoge vorm van zelfexpressie én het publiek wat ernaar kijkt, krijgt
een organische, afwisselende dans te zien doordat de ritmes in hun afzonderlijke karakter
allemaal even voor het voetlicht mogen treden, door de danseres geïnterpreteerd en
uitgedrukt worden en dus voor de variatie in de dans zorgen.

Workshops waarin je een choreografie wordt aangeleerd volg ik al jaren niet meer. Ten
eerste onthoud ik de choreografie niet, ten tweede is het tempo mij te hoog, ten derde de
bewegingen vaak te onnatuurlijk en te gezocht en ten vierde ben ik er te eigenwijs voor om
de mij opgelegde bewegingscombinaties te volgen als ik het niet vind kloppen met de
muziek. Het komt naast mijn eigen koppigheid ongetwijfeld ook door mijn ‘dansopvoeding’??

Door die dansopvoeding heb ik ook geconstateerd dat de laatste jaren wezenlijke dingen
veranderd zijn in de dans. Zoals ik in een eerder artikel beschreven heb vind ik dat er sprake
is er van een ongelofelijke kloon-vorming: vele danseressen gebruiken dezelfde combinaties
en poses: De omgekeerde camel die in een schok eindigt in het hoofd (erg gezond voor je
nek..) of in een hard aangezet borstaccent. Het eindeloze haarzwaaien, het diep voorover
buigen en dan met een langzame beweging de haren haar achteren strijken, het kokette
handje onder de kin waarbij de elleboog van diezelfde arm wordt ondersteund door de
andere hand, de afgestopte maya waarbij het bovenlichaam extreem ver van de heup wordt
afgedraaid (erg goed voor je rug.)?? Enfin: het is allemaal redelijk voorspelbaar en je weet na
5 optredens het verschil niet meer tussen de danseressen omdat ze hun eigen karakter niet
hebben uitgedrukt.

Naast deze veranderingen (het dansen vanuit “sexy poses”, het dansen met de bovenkant
van het lichaam als focus, het dansen vanuit spierkracht en “willen” of “moeten” ten koste
van “mogen” waardoor de energetisch sterk uitwerkende zachte binnen-lichamelijke
bewegingen van het bekken worden verwaarloosd, maar de accenten in de dans juist erg
hard worden), zorgt de eenvormige muziekinterpretatie eveneens voor een even eentonige
voorspelbaarheid:

Het ritme wordt namelijk nauwelijks meer benadrukt

Op de buikdansgala’s waarvan ik er enkele de afgelopen jaren bezocht heb treden vaak
danseressen op die (veel) later zijn begonnen dan ik en een heel andere dansopvoeding
hebben gehad in een heel andere tijd. Vaak zijn het danseressen die “awards” hebben
gewonnen op “kampioenschappen”?? Dansen kunnen deze danseressen op de eerste
oogopslag als de beste en de podiumpresentatie is qua buitenkant prima. Maar: naast het
gebruik maken van de reeds besproken zelfde soort bewegingen is het me opgevallen dat
het specifieke karakter van de ritmes niet meer wordt benadrukt en er in plaats van dat bijna
alleen nog maar op de melodie-lijn wordt gedanst. Daardoor dansen de danseressen niet
zozeer naast de muziek maar missen de dansen wel een specifieke scherpte in het
weergeven van de muziek: het ritme is tenslotte het skelet van de muziek en geeft een
eerder genoemde specifieke sfeer (en tempo) aan die je als danseres zou moeten kunnen
weergeven. Je zou als publiek door de interpretatie van de danseres tijdens haar optreden
moeten kunnen voelen en zien wanneer ze overgaat van een maqsoum naar een samai
thequil om maar eens een voorbeeld te noemen. Maar nu zie ik dat steeds minder gebeuren
door het consequent invullen van de muziek met de melodie-lijn ten koste van het ritme.
Daardoor is in dit specifieke geval het verschil in sfeer tussen maqsoum en samai thequil niet
voelbaar en zichtbaar?? Als je alles melodisch gaat ‘invullen’ , wat steeds vaker gebeurt, zorgt
het hierdoor naast een voorspelbaar combinatie-patroon met gekloonde bewegingen ook
voor eenvormigheid in muziekinterpretatie en tempo. Doordat de tegenwoordige niet meer
georkestreerde buikdansmuziek behalve duidelijk ook erg eentonig en zielloos is
( vaak hoor je deze muziek ook nummer na nummer op een gala en krijg je na 3 nummers
het gevoel wat je bij kermismuziek hebt) is de vervlakking compleet.

Ik keur nieuwe ontwikkelingen niet af- dans evolueert en ontwikkelt zich tenslotte- maar ik
begin een aantal echt specifieke elementen uit traditionele buikdans steeds meer te missen
die naar mijn idee buikdans tot buikdans maken in plaats van een afgeleide van jazz-ballet.
Naast het spelen met energie en zelfexpressie op zielsniveau (klinkt een beetje zwaar maar
ik bedoel het uitdrukken van het “zijn” van iedere danseres) is dat het “herinvoeren” van de
binnen-lichamelijke bewegingen naast de harde accenten. Het zal de dans diverser,
hypnotischer en daardoor fascinerender maken. Daarnaast pleit ik ook voor iets anders,
namelijk het waarom van dit artikel: het zou mooi zijn als het weergeven van de ritmes weer
een plaatsje mocht krijgen in de buikdans van de danseressen van de nieuwe generatie. Het
zal de dans naast diverser en hypnotischer ook spannender, minder voorspelbaar,
persoonlijker, sprookjesachtiger, fascinerender en daardoor mooier maken, zeker als er
echte Arabische muziek wordt gebruikt. En de danseressen waar ik over sprak tot échte
sterren doen uitgroeien.


Peter Verzijl (Farouq)

 

Terug naar Artikelen